Procedure onderzoek leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften

Aanmeldings- en Toelatingsbeleid OBS De Koekoek (SPO Utrecht)

Procedure onderzoek toelating leerlingen die mogelijk extra ondersteuning behoeven

Toelichting op de procedure

Hoewel voor leerlingen met specifieke behoeften geen toelatingsplicht is, hanteert de SPO de missie “Dichtbij de basis, speciaal als het moet”. In deze bijlage wordt omschreven op welke wijze het besluit tot toelating van een leerling met specifieke ondersteuning is geregeld.

Aangezien er allerlei factoren meespelen, zal de school voor ieder verzoek tot toelating een afweging maken. Kern van deze afweging is de vraag of extra onderwijsondersteuning die noodzakelijk is, past binnen de ondersteuningsmogelijkheden van de school, in combinatie met mogelijke ondersteuning vanuit het Samenwerkingsverband Utrecht PO. Aan de hand van de onderwerpen die in onderstaand schema zijn opgenomen worden de onderwijskundige vragen ten aanzien van het kind doorgenomen en bekeken of de school in staat is de daaruit voorvloeiende consequenties voor het onderwijskundig handelen uit te voeren.

Uitgangspunten hierbij zijn:

– het belang van het kind

– de mogelijkheden van de school (in combinatie met het SWV en ketenpartners) om het ontwikkelingsproces van het kind te ondersteunen.

De directeur van de school besluit tot toelating of weigering, waarbij het team een adviserende rol heeft. Er wordt immers vanuit gegaan dat bij toelating de leerling in beginsel de hele basisschoolperiode op de school welkom zal zijn.

De procedure

fase 1: aanmelding; de ouders melden het kind aan bij de directie van de school, waarbij ze kenbaar maken of de school van aanmelding ook de eerste school van aanmelding is. In het gesprek met de ouders wordt een toelichting gegeven op de visie van de school en de procedure en de ouders wordt schriftelijk toestemming gevraagd om informatie bij derden op te vragen. Tevens is er een ontmoeting met het kind.

fase 2: het verzamelen van informatie. Er worden relevante gegevens opgevraagd bij bijvoorbeeld de huidige school of de voorschool, de onderwijsbegeleidingsdienst, medisch kleuterdagverblijven, zorginstellingen, medische instellingen.

fase 3: het bestuderen van de informatie. De binnenkomende gegevens worden bestudeerd en besproken door de directie en de intern begeleider. Eventueel kan besloten worden om het kind te observeren binnen zijn huidige school.

fase 4: Inventarisatie; met betrekking tot het kind wordt het volgende in kaart gebracht

Wat vraagt het kind? Zijn er stimulerende en belemmerende factoren Mogelijkheden van de school (op basis het van SOP) Onmogelijkheden van de school (op basis van het SOP) Welke ondersteuning van externe partijen is nodig en is die voorhanden?
Pedagogisch
Didactisch
Kennis en vaardigheden v.d. leerkracht
Organisatie school en klas
Gebouw en materieel
Medeleerlingen
ouders

fase 5: Overwegingen; de school onderzoekt op basis van het schema in fase 4 welke mogelijkheden zij zelf heeft en welke ondersteuningsmogelijkheden geboden kunnen worden en door wie. De basis hiervoor vormt het school ondersteuningsprofiel, waarvan een samenvatting is opgenomen in de schoolgids. Hierbij wordt gekeken naar:

  1. de aanwezige deskundigheid binnen het team;
  2. de aandacht en tijd die het team kan vrijmaken voor een leerling;
  3. de protocollen, aanpakken, programma’s, methodieken en materialen die de school heeft;
  4. de mogelijkheden van het schoolgebouw;
  5. de samenwerkingsrelaties met ouders en onderwijs- en ketenpartners.

fase 6: Besluitvorming; de inventarisatie van de hulpvragen van het kind wordt afgezet tegen de visie van de school en de mogelijkheden een passend onderwijsaanbod te realiseren. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de ondersteuningsmogelijkheden (zowel materieel als immaterieel) die geboden kunnen worden (zie ook het SOP). In het besluit wordt ook het advies van het schoolteam meegenomen.

Fasen 1 t/m 6 moeten uiterlijk binnen 4 weken na aanmelding bij de school zijn afgerond.

Toelating

De directeur kan beslissen het kind toe te laten, tijdelijk toe te laten of niet toe te laten.

Dit besluit wordt uiterlijk 2 weken na afronding van fase 6 schriftelijk aan de ouders bevestigd.

NB: De termijn van 6 weken kan, bij uitzondering, ten hoogste 4 weken worden verlengd (zie procedure Toelating).

Bij toelating van het kind wordt een plan van aanpak opgesteld.

Als niet onmiddellijk duidelijk is of toelating succesvol kan zijn, kan worden besloten het kind voorlopig te plaatsen. Gedurende een nader te bepalen observatieperiode zal dan verder worden onderzocht of definitieve toelating mogelijk is, waarna een definitief besluit hierover door de directeur genomen wordt.

Indien het kind niet wordt toegelaten worden daarbij de redenen benoemd. In de brief staat vermeld dat bezwaar tegen de beslissing mogelijk is bij het bevoegd gezag. Weigering is alleen mogelijk als de school er zorg voor heeft gedragen dat een andere school bereid is de leerling aan te nemen.